text/html, 9857 bytes, 19 november 2009
Online daten kan, net zoals andere technologie, gemakkelijk begrepen worden als middel om een doel te verwezenlijken en binnen dit perspectief geëvalueerd worden. Vanuit sociaal en psychologisch onderzoek naar online daten worden er vragen gesteld of datingsites wel in staat zijn om de gebruikers hun doel te laten verwezenlijken (Frost et. al. 2008), welke mogelijkheden het biedt voor zelfrepresentatie (Ellison, Heino and Gibs 2006: 415), of deze mogelijkheden geen vruchtbare grond zijn voor bedrog (Hancock, Toma and Ellison 2007) en hoe datingsites invloed uitoefenen op hoe snel mensen zichzelf (emotioneel) prijsgeven (Lary D. Rosen et al. 2008). De algemene benadering van onderzoek naar online daten lijkt in dit opzicht vooral te bestaan uit de vraag hoe online date omgevingen als middel de sociale praktijk van romantische en intieme relatie initiatie vormgeven. Zijn het impovere versies van fysieke date omgevingen, of middelen die aanzetten tot bedrog, of tot een naïeve emotionele openheid naar mensen die zo goed als vreemd zijn?
Bij het stellen van deze vragen blijft de culturele context van deze praktijk echter vaak buiten beschouwing. Wanneer datingsites ook buiten hun gedaante als middel worden beschouwd, dat wil zeggen buiten hun functie in de initiatie van romantische en intieme relaties, ontstaat er ruimte om aandacht te besteden aan de waardebegrippen die aan online daten verbonden worden. Als een populair onderdeel van het huidige medialandschap –empirisch onderzoek toont dat alleen in Nederland al bijna de helft van single internet gebruikers een datingsite hebben bezocht (Valkenburg en Peter 2007: 851)– speelt online daten, net zoals andere media, ook een rol in de definitie van de wereld om ons heen en zodoende aan de definitie van onszelf (Gripsrud 2002: 5). Online daten is dus niet enkel een middel om een doel te verwezenlijken, maar ook een activiteit die betekenis geeft aan onze identiteit. Het vertelt iets over wat het betekent om single te zijn, maar ook over de betekenis van onze digitale aanwezigheid binnen verschillende online omgevingen. Wie zijn we als profiel op een dating- of sociale netwerk site, of als avatar binnen een online 3D omgeving zoals Second Life, wanneer we romantische of intieme relaties (willen) aangaan? Hoe constitueren we de relatie van onzelf tot onszelf, ofwel hoe wordt ons zelfbegrip tot stand gebracht binnen de praktijk van online daten?
Het belang van deze vragen is dat online daten vanuit dit perspectief beschouwd kan worden als een plaats waar normen, conventies en regels geconstitueerd worden die beschrijven wat als ‘goed’ of ’slecht’, of als positief of negatief telt. Vanuit dit perspectief kan online daten beschouwd worden als een ethisch vraagstuk, op de manier dat het een morele code opstelt die de relatie beschrijft die je met jezelf dient te hebben en bepaald hoe een individu veronderstelt wordt zichzelf als moreel subject van zijn eigen acties te constitueren (Foucault 1991: 352). De vraag is dan niet meer hoe online daten vormgeeft aan de sociale praktijk van relatie inititatie, maar hoe de online dater zichzelf constitueert als ethisch subject.
Deze zelfconstitutie is zowel in een modern tijdperk als binnen de omgeving van het internet een interessant vraagstuk. Zowel in onze post-traditionele samenleving, als binnen het dynamische netwerk van het internet vallen voorgedefinieerde rollen ogenschijnlijk weg. Werk en relaties krijgen vorm door een reflexief proces waarin we constant keuzes maken die ons zoveel mogelijk plezier bieden. Online uitingen krijgen vorm door de tekst die we typen, en de opties en foto’s die we kiezen om onzelf te presenteren zoals we willen zijn. Niet meer gebonden aan traditionele rolmodellen, of lichamelijke eigenschappen wordt ogenschijnlijk de vrijheid verworven om de relatie van jezelf tot jezelf naar je eigen wil vorm te geven. Dit is niet alleen een ‘ogenschijnlijke’ vrijheid in de zin dat praktische, sociale, politieke, economische en materiële omstandigheden zowel in de post-traditionele samenleving als binnen de omgeving van het internet ook (nog steeds) een rol spelen bij de keuzes die we maken en de daadwerkelijke vrijheid behoorlijk inperkt. Het is ook een ‘ogenschijnlijke’ vrijheid, omdat dit een belangrijke manier is waarop we onszelf constitueren als ethisch subject. De vrijheid om te kiezen, om jezelf te vormen naar je eigen wil, brengt tegelijk de verplichting met zich mee om dit zo goed mogelijk te doen. De oriëntatie op persoonlijke voldoening, is ook een onderwerping aan je eigen verlangen.
Het verlangen naar romantiek en intimiteit dat online daten aandrijft heeft ook iets beklemmends dat appaleert aan het ‘wanhopige’ karakter van online daten, alhoewel dat recentelijk iets lijkt af te nemen (Sprecher, Wenzel & Harvey 2008: 251). De ‘noodzaak’, of ‘verplichting’ om dit verlangen te vervullen, of om bij deze vervulling gebruik te maken van datingsites, wordt vaak door mensen afgeworpen door relativerende opmerkingen, zoals ‘eigenlijk ben ik niet op zoek, maar misschien kom ik hier wel een leuk iemand tegen,’ of ‘ik heb genoeg vrienden, maar misschien is dit wel een leuk alternatief om iemand anders te ontmoeten.’ Deze mensen scheppen een ruimte voor zichzelf waar hun online aanwezigheid en handelingen niet direct consequenties hebben voor hun eigen zelfbeeld, maar waar ze wel kunnen spelen met de verschillende mogelijkheden.
Deze ruimte kan beschreven worden als ‘Spielraum’ (Bettelheim 1987), ‘toy situation’ (Erikson in Turkle 1996), of ‘tovercirkel’ (Huizinga 1985), waarmee aansluiting gevonden kan worden met het vrij jonge veld van computergame studies. In het proces van identiteitsconstructie zijn deze speelse ruimtes niet alleen afgebakend door tijd en ruimte, zoals elk spel is gebonden aan een duur en een speelveld, maar vooral door hun betekenis. Door de mogelijkheid ergens naar te verwijzen, maar het niet ‘echt’ te zijn, of iets te gebruiken wat in het spel iets anders is dan daarbuiten, ontstaat er ruimte voor oefening en experiment. Zodoende wordt spel binnen het proces van identiteitsconstructie een plaats om met de normen, conventies en regels te spelen die voorschrijven hoe ‘een individu veronderstelt wordt zichzelf als moreel subject van zijn eigen acties te constitueren.’ Een ‘Spielraum’ dat zich niet beroept op totale vrijheid en ongedefinieerdheid waar we naar believen kunnen handelen, maar een ‘Spielraum’ als ruimte om bestaande normen, conventies en regels op nieuwe manieren te (re)configureren.